09 364 81 11

Anticonceptie

Anticonceptie betekent letterlijk: tegen conceptie, tegen bevruchting. Anticonceptie is dus een manier om de bevruchting en/of de innesteling van een bevruchte eicel tegen te gaan. Dit maakt de kans op een zwangerschap zo klein mogelijk. Er bestaan meerdere manieren:

  • Er kunnen stoffen worden toegediend die voorkomen dat eicellen bij de vrouw uitrijpen en dat de eisprong optreedt.
  • Ervoor zorgen dat de zaadcellen en de eicellen elkaar niet kunnen bereiken.
  • Geen gemeenschap hebben tijdens de vruchtbare periode (het timen van de eisprong) of geen zaadlozing in de schede te hebben.
  • Voorkomen dat een bevruchte eicel zich kan nestelen in de baarmoeder.

Bij alle methoden bestaat er een kans op zwangerschap, maar de ene is betrouwbaarder dan de andere. Hou er tevens rekening mee dat niet elke methode geschikt is voor u. Bij het kiezen van de methode is het moeilijk te voorspellen of deze methode voor u de beste is. Ongeveer bij 10% is de eerste keuze niet de meest ideale. Vraag dus bij uw keuze af hoe lang u de methode plant te gebruiken; wat de voor- en nadelen zijn en of er bijwerkingen kunnen optreden. U kunt uw keuze met de arts overleggen.

Op het moment dat u stopt met eender welke methode kunt u in principe meteen zwanger worden.

Meer en uitgebreidere informatie over alle middelen vindt u in onze folder over anticonceptie.