09 364 81 11

Genetische raadpleging: Waarom doorverwijzen

Stel:
U stelt bij een jongedame de diagnose van borstkanker. Ze vertelt dat haar zus ook borstkanker heeft gehad en dat haar moeder aan deze aandoening is gestorven. De dame heeft zelf twee dochters en vreest dat zij ook een risico hebben om deze aandoening te krijgen.
Of, een koppel heeft een eerste kind met een aangeboren afwijking en U wil weten welk risico dit koppel loopt dat hun volgend kindje dezelfde afwijking zal hebben.

Met deze vragen kan de patient terecht op de genetische raadpleging.
Sinds januari 2011 houdt dr. Fransiska Malfait van het Centrum Medische Genetica van het UZ Gent (diensthoofd professor dr. Anne De Paepe) eenmaal per maand een genetisch spreekuur in het Sint-Elisabethziekenhuis in Zottegem. Hier beantwoordt zij vragen van patiënten omtrent risico’s over erfelijke aandoeningen.

Waarom doorverwijzen?

In principe zijn alle vragen rond erfelijkheid welkom. Een genetische raadpleging kan veel zorgen wegnemen. Er dient echter ook rekening mee gehouden te worden dat niet voor alle aandoeningen met een genetische achtergrond de verantwoordelijke erfelijke defecten opgespoord kunnen worden. Bovendien biedt dragerschap voor bepaalde genetische fouten nog geen zekerheid of iemand de ziekte al dan niet zal krijgen. Wie op consultatie komt, moet zich ook realiseren dat de resultaten heel ingrijpend kunnen zijn.

De meest voorkomende indicaties voor een genetische raadpleging omvatten :

  • Het voorkomen van een mentale handicap en/of aangeboren afwijkingen bij een kind
  • Het inwinnen van preconceptueel of prenataal advies bij het voorkomen of vermoeden van een genetische aandoening in de familie: in dit geval is een vroege verwijzing vóór de zwangerschap wenselijk. De belangrijkste reden voor preconceptuele verwijzing is dat genetische onderzoeken vaak lange tijd in beslag nemen en hierdoor in veel gevallen tijdens een aan gang zijnde zwangerschap geen prenatale diagnostiek meer kan worden aangeboden. Immers alleen wanneer het onderliggend genetisch defect gekend is, is prenataal of preimplantatie genetisch onderzoek mogelijk. In tabel 1 worden de belangrijkste redenen voorpreconceptueel genetisch advies weergegeven.
  • Het optreden van herhaald miskraam en verminderde vruchtbaarheid: beide zijn een reden tot doorverwijzing voor preconceptueel advies. Herhaald miskraam is per definitie een opeenvolging van drie miskramen, zonder dat daar een normaal evoluerende zwangerschap tussenin zit. Herhaald miskraam komt voor bij o,5 tot 1% van de zwangere vrouwen. Bij ongeveer 5% van de koppels met herhaald miskraam is 1 van beide ouders drager van een gebalanceerde chromosoomafwijking. Meestal gaat het om een reciproke robertsoniaanse translokatie. Ook bij koppels met verminderde vruchtbaarheid worden vaak numerieke of structurele chromosomale afwijkingen gevonden. Bij verminderde vruchtbaarheid worden naast het klassieke chromosomenonderzoek nog bijkomede genetische analyses gepland in functie van de klinische en labotechnische bevindingen, zoals onderandere het opsporen van microdeleties van de lange arm van het Y-chromosoom in geval van mannelijke onvruchtbaarheid, of het opsporen
    van een premutatie in het fragiele-X-mentale retardatie(FMR1)-gen bij prematuur ovarieel falen bij de vrouw.
  • Het familiaal voorkomen van kanker. Elementen die kunnen wijzen op een erfelijke voorbeschiktheid voor kanker omvatten het vaststellen van kanker op ongewoon jonge leeftijd, het vaststellen van verschillende primaire tumoren bij éénzelfde patiënt, het voorkomen van bilaterale tumoren in gepaarde organen en een belaste familiale voorgeschiedenis.Erfelijkheidsonderzoek kan deze genetische predispositie bewijzen door het identificeren van het causale gendefect. Moleculair onderzoek kan voor vrijwel alle gekende erfelijke kankersyndromen aangeboden worden in een diagnostische context, de belangrijkste omvatten de erfelijke vormen van darm- en borstcarcinoom. Dragerschap voor een dergelijke genetische afwijking is geassocieerd met een sterk verhoogd risico op het ontwikkelen van kanker. Het aanbieden van erfelijkheidsonderzoek in deze context impliceert naast een strikt medische dan ook een belangrijke psychologische en emotionele dimensie

Hoe verloopt een genetische raadpleging?

Bij een eerste consultatie (een intake-gesprek) wordt een stamboom opgemaakt, waarbij de familiegeschiedenis en de voorgeschiedenis van de patiënt worden uitgediept. Er volgt hierbij een medisch onderzoek, en indien nodig kunnen eventueel bijkomende onderzoeken aangevraagd worden. Dan pas wordt er eventueel overgestapt naar chromosomenonderzoek of DNA-onderzoek. Slechts na een correcte genetische diagnose of een verantwoorde hypothese tot diagnose kan waardevol genetisch advies verstrekt worden. Een genetische diagnose heeft implicaties niet alleen voor de gezondheid en de levensloop van de patiënt zelf, maar ook voor zijn/haar gezin en naaste familieleden. Hierdoor heeft genetische diagnostiek een uniek karakter met veelal een noodzaak tot multidisciplinaire begeleiding. Erfelijkheidsadvisering omvat een aantal belangrijke elementen, met name:

  • De bespreking van de medische aspecten van een genetische aandoening, zowel de diagnose, als het verloop en het management ervan.
  • De inschatting van de genetische risico’s op de aandoening voor de adviesvrager (consultant) en zijn/haar nakomelingen en/of familieleden.
  • Bespreking van de mogelijke opties die voorhanden zijn om met het genetisch risico om te gaan en een eventuele kinderwens te vervullen. Dit houdt ook in het verstrekken van informatie over mogelijkheden tot prenataalen/of presymptomatisch onderzoek.
  • Begeleiding in de keuze van een geschikte gedragslijn voor de adviesvrager of het echtpaar,rekeninghoudend met het risico, het gezin, de ethische en religieuze normen.
  • Het verstrekken van pyschologische ondersteuning bij het verwerken van de informatie,teneinde op een zo harmonisch mogelijke manier te leren leven met de erfelijke aandoening en het herhalingsrisico. Centraal in het genetisch adviesproces is het opbouwen van een goede communicatie en interactie tussen de arts-geneticus en de adviesvrager. Mogelijk moet de patient na een onderzoek verder leven met het gegeven dat hij of zij bijvoorbeeld een zeer hoge kans heeft om borstkanker te ontwikkelen. Daarom is er aan het Centrum Medische Genetica Gent ook een team met onder meer psychologen verbonden. Zij vangen de patiënten op, bieden psychische
    en emotionele ondersteuning en bespreken met hen de verdere mogelijkheden.


Tabel 1: Redenen voor preconceptueelgenetisch advies

  • Erfelijke ziekte met mendeliaans overervingspatroon
  • Autosomaal dominante overerving:vb. neurofibromatose type 1
  • Autosomaal recessieve overerving:vb. mucoviscidose
  • X- gebonden recessieve overerving:vb. Duchenne spierdystrofie
  • X-gebonden dominante overerving:vb. incontinentia pigmenti
  • Mitochondriale overerving: vb. Leber hereditaire opticusatrofie
  • Numerieke of structurele chromosoomafwijkingbij ouder/familielid/kind
  • Herhaald miskraam en verminderde vruchtbaarheid
  • Aangeboren lichamelijke of mentale handicap van onbekende oorsprong
  • Multifactoriële aandoening: vb. neuraalbuisdefect
  • Bloedverwantschap of consanguïniteit



Verdere lectuur:
Tijdschrift voor Genetica, 1 november 2010
(Volume 66 nr 21): Praktische Genetica